type: studie 2014
werkzaamheden: meesterproef
team: Donald Marskamp
opdrachtgever: Academie van Bouwkunst Amsterdam- afstudeerrichting Landschapsarchitectuur
ism NHBOS stichting en Bouwtechniek Mullekes
status: Landschapsarchitect titel 2014
Een buitenplaats is van oorsprong een ‘buiten’: het tweede verblijf van de landeigenaar. Ze wordt gekenmerkt door objecten en een inrichting die volledig in het teken staan van vermaak, avontuur, mystiek, rust, verlichting of romantiek. Dat was ook de opzet van Voorlinden, gelegen in de binnenduinrand bij Wassenaar: een buiten voor notabelen uit de regio Den Haag.
In de recente geschiedenis zijn de gebruiker en het landschap van Voorlinden verder komen af te staan van dit oorspronkelijke gebruik. Met de aankoop van de buitenplaats door Joop van Caldenborgh en zijn ambitie om er een museum voor zijn Caldic Collectie te stichten, wordt opnieuw aangesloten bij de oorspronkelijke functie van vermaak. Buitenplaatsen worden geroemd om hun totale ensemble, waarin landschap en gebouw als één samenhangend geheel zijn ontworpen. In mijn meesterproef beschouw ik het landschap, de kunstcollectie en de architectuur eveneens als een geïntegreerd geheel. Als regisseur, met de positie en reikwijdte van een holistisch ontwerper, overzie ik de gehele opgave.
De basis van het ontwerp wordt verbeeld in een samengesteld tableau dat twee werelden samenbrengt: het schilderij Vogelconcert van Melchior de Hondecoeter, als exponent van de rijke buitenplaatscultuur uit de Gouden Eeuw, en een reliëfwerk van Jan Schoonhoven, als representant van de Nulkunst uit de jaren zestig. In deze combinatie wordt het contrast gevangen tussen de kleurrijke atmosfeer en romantiek van de buitenplaats en haar landschap enerzijds, en het minimalistische en mathematische karakter van de Caldic Collectie anderzijds. Dit contrast, en de spanning die daaruit voortkomt, blijft in alle lagen van het ontwerp voelbaar.
Als ordeningsprincipe voor de nieuwe ruimtelijke toevoegingen is een grid gehanteerd. Dit grid is afgeleid van de twee hoofdassen van zowel het huidige landhuis met zijn verhoogde tuin als van het voormalige landhuis met zijn classicistische en landschappelijke tuin. Het resultaat is een rationeel, emotieloos en gelijkmatig systeem dat geen vierkante cellen voortbrengt, maar parallellogrammen in een raster van 97 graden.
De ruimtelijke toevoegingen op de buitenplaats bestaan uit staande en liggende vlakken. Een maquette met 64 vlakken, representant van de kubus, fungeert als ‘machine’ voor de ruimtelijke werking van het museumlandschap. Deze aanpak is geïnspireerd op het project Incomplete Open Cubes van kunstenaar Sol LeWitt. Binnen de Conceptual Art en de Zero-groep werd het artistieke maakproces beschouwd als onbelangrijk; het idee zelf was leidend. De uitvoering kon net zo goed door een machine worden gedaan. Sol LeWitt verwoordde dit als: “the idea becomes the machine that makes art.”
Waar het grid en de ‘machine’ strikt wiskundig zijn, is de plaatsing van de vlakken juist intuïtief bepaald, gevoed door het landschap en de emotie. Zo ontstaan tien constellaties van vlakken en zes environments op de buitenplaats. Deze vormen samen nieuwe ruimtelijke situaties die een relatie aangaan met zowel de buitenplaats als de kunstcollectie. De scenografie en beleving van de kunst worden verweven met het landschap. De omgeving kan je gemoedstoestand beïnvloeden, je gedachten sturen en je blik veranderen.
De verschillende typen landschappen op de buitenplaats, gecombineerd met de grote diversiteit aan kunst, bieden uiteenlopende ervaringen. Deze worden benut om de collectie te verdelen over de verschillende constellaties. Niet een statische plek ergens op de buitenplaats, maar een museum dat reageert op en interacteert met het landschap, de atmosfeer en de kunst zelf. Het museum verlaat het gebouw, neemt de kunst mee en wordt opgenomen in het landschap.